1. De onderwijzeres
  2. De student
  3. De anesthesist
  4. De smokkelaars
  5. De grenswachten
  6. De scenarist
  7. De Koerdische student
  8. De leraar
  9. De uitverkorenen
  10. De slachtoffers
  11. Inhoudsopgave
  12. Het weerzien
  13. Inhoudsopgave

Fort Europa

De moeilijke tocht van Syrische vluchtelingen naar vrede

Fort Europa
De moeilijke tocht van Syrische vluchtelingen naar vrede

Exodus

150.000 doden waarvan 50.000 burgers en 8.000 kinderen. 26.000 vermisten of gegijzelden. Martelingen, onthoofdingen, barrel-bommen op woonwijken, levenloze kinderen en bejaarden die dagelijks onder het puin vandaan worden gehaald. Aan de verschrikkingen van de Syrische burgeroorlog komt geen einde. De buitenwereld is langzaam gewend geraakt aan de kille statistieken van steeds weer nieuwe slachtoffers. Aan het einde van dit jaar staat de teller mogelijk op 200.000 slachtoffers. 4 miljoen Syriërs zullen dan hun land hebben verlaten, zo verwacht het Hoog Commissariaat der Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR).

Miljoenen Syriërs zijn op de vlucht voor de gruwelen van een nu al 3 jaar durende oorlog. Ze willen weg uit het land waar politieke en religieuze extremisten elkaar afmaken en de scheidslijn tussen veilig en levensgevaarlijk al lang niet meer bestaat. Het leven zelf is vogelvrij geworden in Syrië.

 
De oorlog drijft mannen, vrouwen en kinderen massaal naar de buurlanden Libanon, Jordanië en Turkije. In de volgepakte vluchtelingenkampen dromen velen van een nieuw leven in het veilige Europa. Maar daar heerst momenteel geen stemming van barmhartigheid en worden de muren alleen maar opgehoogd. Niemand zit hier te wachten op nog meer asielzoekers.

Ook Nederland laat de vluchtelingen maar mondjesmaat toe. 90 Syrische families in Jordanië, onder wie zo’n 60 kinderen, zijn de afgelopen maanden voorbereid op een leven in Nederland. Op 14 juli 2014 komt de eerste groep aan op Schiphol, een week later volgt de rest.

Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) heeft de afgelopen maanden in de Jordaanse hoofdstad Amman inburgeringscursussen geregeld. De groep maakt deel uit van de 250 Syrische vluchtelingen die Nederland asiel verleent op verzoek van VN-organisatie UNHCR.

Los van deze groep hebben afgelopen anderhalf jaar duizenden Syriërs een asielaanvraag in Nederland gedaan. De meeste van die verzoeken worden volgens het kabinet gehonoreerd, in ieder geval in de vorm van een voorlopig verblijf.

Zij die naar Nederland mochten zijn dolgelukkig, maar ze behoren tot de uitverkorenen. Ondertussen blijft er een exodus aan de gang van vluchtelingen die proberen Europa te bereiken. Grensbewakers in Bulgarije en Griekenland hebben opdracht de stromen tegen te houden. Geweld wordt daarbij niet geschuwd. Migranten uit Syrië – en andere probleemgebieden – worden letterlijk teruggeduwd, geschopt en soms ook beschoten.

Het menselijke drama aan de poorten van Fort Europa blijft hartverscheurend. Syriërs die er over vertellen, worden gekweld door heftige emoties. Zoals de 30-jarige Abdu uit Damascus die in een dorp in Nederland een nieuw leven probeert op te bouwen. Hij is een van de weinige gelukkigen, maar voelt zich schuldig. Zijn 2 zussen zitten nog vast in Syrië.   

Dit zijn de verhalen van Suhkran, MohamadAbedjohaGwanMalek en Mohammed Nur. Een onderwijzeres, 3 studenten, een arts en een leraar. Gewone mensen uit een verscheurd land waar de gruwelen van de oorlog nog elke dag doorgaan.

Klik en lees hun verhaal.

 

Overal tenten. Stinkende toiletcontainers op een rij. En kinderen, heel veel kinderen. Dit is Islahiye, 1 van de 21 vluchtelingenkampen in Turkije, dichtbij de Syrische grens. Een tijdelijke ‘stad’ met 10.000 inwoners.

Een van hen is Suhkran (47), een statige onderwijzeres uit Aleppo. In september 2013 arriveerde ze met haar man en 4 zonen in Islahiye. Haar jongste kind is 15, haar oudste 21. Haar dochter, schoondochter en kleindochter volgden later. De eerste weken waren ze dakloos, er was geen tent vrij. De hele familie sliep in de buitenlucht. Suhkran, met haar groen-witte hoofddoek op, glimlacht beleefd als ze haar verhaal vertelt in een warme tent.

Met 10.000 vluchtelingen is Islahiye een van de kleinere kampen in Turkije.
Winkels gestart door Syrische vluchtelingen.
“Met duizenden mensen in een kamp ben je nooit alleen. Zelfs niet als je de deur sluit van de douchecabine of naar de wc gaat. Overal ben je altijd met anderen.”
Uitscheurende tent. Tot de tenten die aan vervanging toe zijn worden vervangen worden ze met naald en draad gerepareerd door de vrouwen.
Via schotelantennes blijven de kampbewoners op de hoogte van de gebeurtenissen in de buitenwereld.
“Daar is de man die ons heeft verraden. Net als de rest van de wereld laat hij ons stikken. Hij beloofde het een, hij deed het ander. Behalve de Turkse overheid is er niemand die om ons geeft.”
Tijdens het vrijdagmiddag-gebed puilt de moskee uit.
Tekening in de gang van de basisschool in het vluchtelingenkamp in Islahiye.
Per gezin is een tent beschikbaar. Sommige gezinnen maken een gezamenlijke tussenruimte om de buitenwereld een beetje buiten te sluiten.
Zo goed als mogelijk proberen de mensen de tenten en de ruimte erom heen zo huiselijk mogelijk te maken.
Suhkran in haar tent.

Het leven in het overvolle kamp is zwaar, maar klagen wil ze niet. Alles beter dan de ellende in het zwaar bevochten Aleppo, de stad waar ze 28 jaar voor de klas stond. Voor de oorlog had ze een goed leven. Ze hield van haar werk. ,,Ik reed elke dag met mijn auto naar school.’’

De oorlog maakte daar een einde aan. Ze zag haar geliefde Aleppo veranderen in een van de gevaarlijkste plaatsen van Syrië, waar niemand zijn leven zeker is.  De eerste bom in 2012 viel naast het huis van haar dochter. De ravage was enorm. “Het geluid van de bommen went, de angst niet. Ik was voortdurend bang een kind te verliezen. De laatste maanden sliepen we allemaal samen in 1 kamer.’’  Suhkran zucht. Ze kan de angst van toen nog steeds voelen.

Haar school was al een jaar eerder gesloten. De leerlingen waren te bang om naar school te komen. Het was ook te gevaarlijk. Elk moment kon er een bom vallen. Ondanks alle angst en ellende besloten Suhkran en haar familie toch in Aleppo te blijven. Vluchten, hun eigen huis, stad en land verlaten, wilden ze niet.

Tot september 2012 toen Suhkran, die hulpgoederen rondbracht in gebied dat werd gecontroleerd door de rebellen van Vrije Syrische Leger, werd opgepakt door soldaten van het regime en in de gevangenis werd gegooid. Ze staart voor zich uit. Het was vreselijk, te erg voor woorden. “Ze behandelden ons als beesten. Ik heb daar alles gezien wat een mens nooit zou moeten meemaken.’’ 

"Haar lichaam lieten ze
gewoon in de cel liggen. 

Om ons af te schrikken."

Suhkran snikt. Ze zat met 42 andere vrouwen in een cel. Bomvol, ze konden haast niet bewegen. Een vrouw overleed aan verwondingen. “Haar lichaam lieten ze gewoon in de cel liggen. Om ons af te schrikken.’’  Ze herinnert zich de vrouw die haar verstand verloor nadat ze door de bewakers was verkracht. Ze beschrijft de oude vrouw wier boerka werd afgetrokken en haren werden geknipt. Suhkran kuste de hand van een bewaker, smeekte hem haar vrij te laten. Hij sloeg haar weg. Na 8 dagen detentie eindigde de nachtmerrie. Suhkrans familie kon haar voor 3.000 dollar vrijkopen.

Klik op de pijlen naast de foto om Suhkrans route te volgen op de kaart

Ze besloten Aleppo onmiddellijk te verlaten en te vluchtten naar Turkije. Suhkran staat nu weer dagelijks voor de klas, in het Unicef-schooltje van het kamp. Lesgeven helpt haar alle ellende even te vergeten. Eigenlijk kan ze niet zonder haar werk. De kinderen hebben haar ook nodig. Vorige week nog vertelde een 6-jarig meisje aan de juf dat ze haar babyzusje voor haar ogen had zien sterven. Ze komt ook uit Aleppo.  

Suhkran voor de klas

 
Suhkran wrijft haar tranen weg. Wat moet ze doen? Als ze aan Syrië denkt, kan ze alleen maar huilen. De familie droomt van een nieuw en beter leven. In Europa. Daar kun je veilig over straat. Daar word je niet gekidnapt en gemarteld. In Europa kun je iets opbouwen.

Suhkrans schoonzoon Tamer kijkt geïnteresseerd als het gesprek daarover gaat. Het lijkt wel ’s werelds best bewaarde geheim, vindt hij. De weg naar een normaal bestaan. Hoe kom je als Syriër legaal Europa binnen? Niemand kan of wil hem daar antwoord op geven.

Suhkran luistert. Voor haarzelf en haar man maakt het niet meer zo veel uit. Ze wil vooral een toekomst voor de kinderen. De oudsten studeerden allemaal aan de universiteit. Wat moeten ze hier, in dit godverlaten ​en uitpuilende kamp waar elke dag weer nieuwe lotgenoten arriveren​?

 
 

Hij baalt er enorm van. Hij hoefde alleen nog maar af te studeren en dan was hij ingenieur geweest. Maar nu heeft hij niets. Niets om te bewijzen dat hij 4 jaar lang heeft gestudeerd aan de universiteit van Homs. De 24-jarige Mohamad doet zijn verhaal, zittend op een kussen in een container, zijn ‘thuis’ in het Harmanli vluchtelingenkamp in Bulgarije, dichtbij de Turkse grens.

Op 17 juli ziet hij zijn universiteit en zijn vrienden in Homs voor het laatst. De examens van het tweede semester zijn achter de rug. Mohamad gaat naar huis en stapt in de bus naar Qamishli. Geen ongevaarlijke route. Een weg met veel checkpoints.

Om half 7 wordt de bus met Koerdische studenten aangehouden door islamitische rebellen. Mannen met lange baarden en enorme messen. De angst is voelbaar in de bus. Iedereen moet uitstappen. De rebellen maken grappen. Wiens hoofd gaat er eerst af? ,,’Dit hoofd is van mij’, riep er een. Het zijn jonge gasten. Gehersenspoeld en totaal onberekenbaar, zegt Mohamad. 

De studenten worden naar de gevangenis in het dorp dichtbij gebracht. Ze zijn doodsbang voor wat komen gaat. ,,Ik was er zeker van dat ze ons gingen vermoorden.'' 4 dagen blijven ze in de gevangenis. Dan wordt de groep onverwacht vrijgelaten. Is er onderhandeld met de Koerdische PJAK? Mohamad weet het niet.

 
In Qamishli is de vreugde bij zijn familie (zijn moeder, broer en twee zussen)  groot. Ook zij hebben doodsangsten uitgestaan. Bang dat ze Mohamad - de jongste van het gezin - nooit meer zouden zien. Bang voor de gruwelijkheden van de islamitische rebellen. Voor zijn moeder is het duidelijk. Ze gaan nu weg. Weg uit Syrië. ,,Zoveel geluk heb je maar een keer, zei ze’’. 

Mohamad wil niet weg. Hij wil terug naar Homs, zijn studie afmaken. Maar moeders wil is wet en op 3 oktober steekt de familie de Turkse grens over. Ze gaan naar Europa toe, dat staat vast. Turkije heeft het niet op Koerden, dat weet iedereen. De familie reist meteen door naar Istanbul, naar Aksaray.

Klik op de pijlen naast de foto om Mohamads route te volgen op de kaart

Ze hoeven niet lang te zoeken. Een smokkelaar is snel gevonden. Hij brengt hen voor vierhonderd euro per persoon naar de Bulgaarse grens en wijst naar het bos. Daar ligt Bulgarije. De familie begint te lopen. Al snel zien ze nog meer Syriërs. Allemaal op weg naar het beloofde Europa. ,,We zijn uiteindelijk met een grote groep. Bijna tachtig man. Er zijn ook families met kleine kinderen bij.’’ 

Mohamad en andere Syriërs tijdens hun vlucht in de Bulgaarse bossen.

Na een zware tocht door de bossen arriveren ze in Bulgarije. Ze komen twee grenswachten tegen. Geen Bulgaren. Ze hebben de Europese vlag op hun schouder staan, herinnert Mohamad zich. Ze zijn vriendelijk. ,,Maak je geen zorgen, zeggen ze.'' De blijdschap bij de groep is groot. Het is gelukt. 

Maar de vreugde verdwijnt snel wanneer ze aankomen in het overvolle, provisorische detentiecentrum bij de grens. Mannen en vrouwen worden gescheiden. Syriërs worden bij de Syriërs geplaatst, Afrikanen bij de Afrikanen. Waarom? Mohamad weet het niet.

,,Het leken wel kooien en ze behandelden ons ook als beesten.’’ Hij herinnert zich de Bulgaarse agent die een Syrisch jongetje dat om water vraagt, wegslaat. Niet bepaald het ontvangst dat hij in Europa had verwacht.

Mohamad in het detentiecentrum in Elhovo.

Na twee dagen wordt de groep overgebracht naar Elhovo, een ander detentiecentrum waar ze worden geregistreerd. Vingerafdrukken worden genomen.

Dan volgt Harmanli, het vluchtelingenkamp. Bulgarije is niet klaar voor de opvang van zo veel mensen. Er is een gebrek aan alles. De migranten slapen in tenten, stoken vuurtjes om zich warm te houden. Er zijn maar een paar toiletten voor de vele honderden migranten. Ze mogen het kamp niet verlaten.

Mohamad glimlacht. Dat was toen. Inmiddels is er veel verbeterd. Zij mogen het kamp nu uit. De tenten zijn vervangen door containers, er zijn twee maaltijden per dag. Er is een kliniek van Artsen zonder Grenzen. In het kamp regelen de bewoners veel zelf. Ze delen de voedselpakketten uit, anderen zijn een schooltje voor de kinderen gestart. Mohamad is een van de leerkrachten.

De toestroom van nieuwe vluchtelingen is bijna helemaal gestopt. ,,Er staan nu meer dan 1.500 agenten aan de grens’’, zegt hij. Hij weet hoe moeilijk het op dit moment is om Bulgarije binnen te komen. Velen worden teruggeduwd, teruggeslagen. Bulgarije zit niet op Syriërs te wachten. Dat is helder.

Na maanden wachten - eind april - krijgen Mohamad en zijn familie de lang verwachte groene kaart. Een verblijfsvergunning. De familie verhuist naar Kazanlak, een stad met zo’n vijftigduizend inwoners, honderd kilometer van Harmanli ,,We wachten nog steeds. In juni krijgen we een paspoort’’, laat Mohamad uit Kazanlak weten. Het leven in Bulgarije is moeilijk. Werk is er niet, het geld raakt snel op. De huren voor Syriërs zijn hoger dan voor de Bulgaren. 

Als het paspoort binnen is, wil de familie zo snel mogelijk naar Duitsland toe. Mohamad hoopt daar een nieuw leven op te bouwen. ,,Ik moet mijn studie afmaken en misschien kan ik dan over twee jaar mijn meisje uit Syrië laten komen.’’

 

In een cafeetje in de Turkse grensstad Edirne is de schouder van Malek (30) nog blauw van zijn laatste ontmoeting met de Bulgaarse politie aan de andere kant van de grens. Malek vertelt. Het ene moment vol woede, vechtend tegen de tranen. Het andere moment bitter lachend over alle ellende.

Half oktober verliet hij het ziekenhuis in Syrië, in Deir ez Sur waar hij als anesthesist werkte. Hij trok het na ruim 2 jaar niet meer. De hopeloosheid. Elke dag nieuwe slachtoffers. Mensen die sterven, omdat er maar 1 zuurstoftank is of omdat de elektriciteit het weer laat afweten. Zo zinloos. Als medicus moest hij meer dan ooit over leven en dood beslissen op basis van tekorten aan alles en rationering. Elke dag weer. Welke patiënt mag het zuurstof? Wie help je eerst? Hij vertelt over de stress op een overvolle intensive care met 16 patiënten, over de volle wachtkamer met doodongeruste familieleden die maar op de deur en de ramen bleven bonken, omdat ze wilden weten of hun geliefden het er levend van af zouden brengen.

De jongen die in zijn borst was geschoten en bloedend binnen werd gebracht, vergeet hij niet meer. ,,Ik ga dood, ik ga dood’’, zei hij voortdurend. Malek probeerde hem gerust te stellen. De chirurg zou de kogel eruit halen, hij was nog jong. Er was hoop, zei hij. Maar 2 minuten later verstomde de hartslag van de jongen. Hij had toch meer inwendige bloedingen dan de artsen hadden gezien in de chaos.  

Ook het beeld van zijn vriend Adnan die in zijn armen stierf, staat in zijn geheugen gegrift. Het gebeurde niet in het ziekenhuis, maar thuis in zijn appartement. ,,Er was een explosie. Adnan was gewond geraakt. Zijn arm en been afgerukt, zijn gezicht totaal onherkenbaar. Zo lag hij op straat. Ik heb hem opgetild en naar mijn appartement gedragen. Daar is hij gestorven. Zijn broer belde me later. Waar Adnan was...’’, zegt Malek. 

"Adnan was gewond geraakt.
Zijn arm en been afgerukt,
zijn gezicht totaal onherkenbaar."

Hij schudt zijn hoofd. Te veel gruwelbeelden staan op zijn netvlies. Ja, de oorlog heeft hem veranderd. In de eerste maanden heeft hij vaak gehuild, later niet meer. Het went om mensen en kinderen te zien sterven in grote pijn. Elke dag weer nieuwe slachtoffers. Zijn hart is van steen geworden, zegt Malek.  

Hij kon er niet meer tegen. Op 15 oktober 2012 besloot hij het ziekenhuis en de oorlog te verlaten. Weg uit Syrië. Malek trok de Turkse grens over en pakte de bus naar Istanbul. Daar belde hij zijn moeder en vertelde haar dat hij naar Bulgarije zou doorreizen. Naar zijn vrouw en schoonfamilie die daar al waren. 

Zijn vrouw was met haar broer, vader en moeder al een paar maanden eerder vertrokken uit Damascus en beland in een Bulgaars opvangkamp. Malek wilde dezelfde vluchtroute nemen en belde in Istanbul het nummer van de mensensmokkelaar die ook zijn vrouw over de grens had geholpen. Hij kon meteen door naar Edirne. Voor 400 dollar zou hij dezelfde nacht nog naar Bulgarije worden gebracht.

Klik op de pijlen naast de foto om Maleks route te volgen op de kaart

Malek was niet alleen. 3 families, met 9 kinderen en 3 andere jonge mannen (allemaal Syriërs) gingen samen op pad. Door de dichte bossen. “Net een jungle. Het was koud en nat”, zegt hij. Al snel splitsten de vluchtelingen zich in 2 groepen. Ze bleven maar lopen. Meer dan 10 uur achter elkaar.  

"Net een jungle. Het was koud en nat."

De groep was opgelucht blij toen het Bulgaarse dorp Razdel werd bereikt. Ze hadden het gered. Een ongetwijfeld beter leven wachtte. Maar dat pakte anders uit. De dorpelingen waarschuwden de Bulgaarse politie. De agenten waren woedend toen ze de haveloze Syriërs aanhielden. ‘‘No Bulgaria, no Bulgaria’’ ,zeiden ze. ‘’Keep silent.’’

De 4 jonge mannen uit de groep werden meteen teruggebracht naar de grens. Daar stonden ook de andere drie Syrische families, bewaakt door grenswachten. De kinderen huilden, de vermoeide vluchtelingen ontdekten geen barmhartigheid. Ze kregen niet eens water. Uiteindelijk, na uren wachten, arriveerde de Turkse marechaussee om ze terug te brengen naar Turkije. Hun busje was onderweg stukgegaan. Vergeleken met de hardhandige Bulgaren waren de Turken gentlemen, zegt Malek achteraf. De marechaussee leverde de Syriërs weer af bij de vreemdelingenopvang in Edirne. Na een dag kon Malek gaan.

Zijn vrouw zat ondertussen nog steeds in het vluchtelingenkamp in Harmanli, net over de Bulgaarse grens. “Ze was zo ongerust en verdrietig.’’

Er zat voor hem weinig anders op dan terug te gaan naar Istanbul, terug naar de wijk Aksaray. Op zoek naar een andere mensensmokkelaar. Een betrouwbare vinden valt niet mee. Het zijn allemaal grote leugenaars, weet Malek.

Thuis in Syrië was Malek anesthesist, maar in Turkije moet hij overleven met een baantje bij een kledinghandelaar die hem 700 Turkse lira (ongeveer 250 euro) per maand betaalt voor 13 uur per dag, 6 dagen per week.

Samen met Ali, een Syriër die hij in Istanbul had leren kennen, waagde hij in januari 2014 een nieuwe poging. Weer werd hij naar de grens gebracht. Deze keer in een BMW. Weer gingen ze lopen. Maar al na een paar uur liepen ze recht in de armen van de Turkse marechaussee. De déjà vu van de mislukking. Malek schudt zijn hoofd: ,,Weer terug naar Edirne.’’  Zijn 1.200 dollar kreeg hij zowaar terug van de smokkelaar. Dat was netjes van hem.

Malek gaf zijn bestorming van Fort Europa niet op. In februari 2014 deed hij weer een nieuwe poging. Opnieuw 1.200 dollar. Maar onderweg naar Edirne hoorde hij dat deze smokkelaar van plan was de Syriërs tot aan de Griekse grens te brengen. Malek stapte meteen uit. Wat moest hij in Griekenland?  Zijn vrouw zat in Bulgarije.

Teleurgesteld zat hij in Edirne. In een hotel daar raakte hij via de manager in contact met een andere, Syrisch-Bulgaarse, mensensmokkelaar. Het tarief was 600 euro. Aankomst in Bulgarije werd gegarandeerd.

,,Ik ging op pad met twee broers. Adnan en Mahmud uit Damascus. Kinderen nog, 12 en 16 jaar waren ze. Ik wilde hen deze trip niet alleen laten maken.’’

Voor de 3e keer begon Malek aan de lange voettocht door het grensgebied. Het regende. De broertjes konden hem amper bijhouden, de jongste huilde, had buikpijn. Na uren lopen staken ze inderdaad de grens over. Via de GPS van zijn mobieltje zag Malek dat ze in Bulgarije waren beland. Zijn vrouw zou hij nu spoedig zien.

Het vluchtelingenkamp Harmanli in Bulgarije is een voormalige legerkazerne.
Harmanli huisvest nu zo'n 800 vluchtelingen, het aantal daalt snel nu steeds meer bewoners, na maanden wachten, een verblijfsstatus krijgen. Dit geeft hen het recht om elders in Bulgarije te gaan wonen. Met een adres kunnen ze een paspoort aanvragen.
In 2013 vroegen 7,144 mensen asiel aan in Bulgaria, het merendeel afkomstig uit Syrie. Een enorme toename, de laatste jaren telden het land zo'n 1000 asielaanvragen per jaar. Het aantal mensen dat illegaal het land binnenkomt loopt echter snel terug. Volgens UNCHR kwamen er in januari slechts 99 mensen het land in. In oktober waren dat er nog 3662.
Bulgarije telt 4 asielzoekerscentra en 2 detentiecentra.
Het overgrote deel van de bewoners komen uit Syrie, maar er zijn ook Afghanen en migranten uit Afrika.
Onder druk van mensenrechtenorganisaties maakt Bulgarije haast met de asielprocedures. Veel van de vluchtelingen in Harmanli heeft - na maanden wachten - een verblijfsstatus.
De condities in Harmanli zijn verbeterd. Vluchtelingen krijgen nu twee maaltijden per dag.
De vluchtelingen in Harmanli mochten eerst het kamp niet verlaten, sinds 19 maart zijn deze restricties opgegeven en zijn ze vrij om te gaan en staan.
De verveling slaat toe.
De 'School zonder Grenzen' in het kamp is een initiatief van de vluchtelingen zelf.
Het schooltje telt nu nog z'n 40 leerlingen.

Maar uit het niets doken plots weer de Bulgaarse grenswachten op. ‘Kop dicht en naar beneden kijken’, brulde er eentje in het Engels. Malek voelde de knuppel keihard op zijn rug neerkomen. Met de jongens werd hij in een auto gesmeten. Weer kreeg Malek een klap. Hij zei de Bulgaren dat hij een dokter was, uit Syrië. Maar dat maakte ze allemaal niets uit. Malek onderbreekt zijn verhaal en steekt een sigaret op.

Malek toont de blauwe plekken die hij overhield aan zijn ontmoeting met een Bulgaarse grenswacht.

Met 2 huilende broertjes werd hij over de grens gezet. Ze begonnen de lange terugweg naar de bewoonde wereld. Ze waren zo moe, maar bleven lopen.

Eindelijk, na 4 uur, arriveerden ze midden in de nacht in een slapend Turks dorp. Een hond begon te blaffen. Een boer kwam naar buiten. Hij nodigde de drie Syriërs uit binnen te komen. Malek was blij toen hij in de woonkamer ook de vrouw en dochter van de boer zag. Zij waren wakker geworden. Een gewoon gezin, dacht hij nog en vroeg of de boer hem en de broertjes naar Edirne wilde brengen.

Malek ging naar het toilet en zag de boer in zijn rugzak neuzen. “Vervolgens pakte hij mijn telefoon en liep ermee naar de andere kamer.’’ Malek werd boos en wilde zijn telefoon terug. De Turkse boer kwam daarop met een groot mes op hem af. Malek had het helemaal gehad en was doodmoe van de lange voettocht. ’Denk je dat ik bang ben? Ik kom uit Syrië. Ik ben alles kwijt. Steek me maar dood hier. Kan mij het schelen.’ De twee jongens waren doodsbang. 

De boer eiste Maleks geld. Nadat hij 50 dollar had betaald, konden ze weg. In een schuurtje naast de moskee in het dorp vonden ze een slaapplek. ‘s Ochtends moesten ze weer lopen. Niemand in het dorp wilde de drie een lift geven. Ergens onderweg naar Edirne stopte er een wagen. Een man bracht ze naar de stad, maar vroeg voor dat ritje van 10 minuten wel 100 dollar. 

"Steek me maar dood hier.
Kan mij het schelen."

Malek zegt bitter: ,,Ik was zo moe, boos, verdrietig. Het leek wel een bizarre film waar we middenin zaten.’’  Hij gooide de man 50 dollar toe en stapte met de jongens uit de auto. Terug naar het hotel. De 2 broertjes vertrokken de volgende dag weer naar Istanbul. Malek bleef in Edirne.

Hij kijkt naar zijn mobieltje. Een berichtje van zijn vrouw. Zij en haar familie hebben nu (na vijf maanden) een Bulgaars paspoort gekregen en vertrekken naar Duitsland. Daar hebben ze familie wonen. “Ze hebben zo lang op mij gewacht, maar het leven in Bulgarije is moeilijk. Ze moeten Syriërs daar niet’’, weet Malek. 

Europa. Hij is er vlakbij, maar het lijkt onbereikbaar. De arts had zich toch een andere voorstelling gemaakt van opvang en solidariteit met de medemens in nood. ,,De hele wereld vindt het zo erg voor Syrië wat er gebeurt, en zo erg voor ons, de vluchtelingen. Maar niemand doet wat. Ik ben in Bulgarije geslagen als een of andere crimineel. Waarom?’’ 

 
„Turks leren, Turks leren”, roept een Syrische jongen met een stapel Turks-Arabische woordenboeken voor zich. Bij de metro-uitgang in de wijk Aksaray in Istanbul is van alles te koop. Het is een wijk waar van oudsher alles wat Allah verboden heeft, geregeld kan worden. Veel gevluchte Syriërs die dromen van Europa komen bijna meteen in Aksaray terecht. De wijk barst van de handel. In de straat zit een Syrische snackbar, een Syrische belwinkel, een Syrisch koffiehuis. Overal klinkt het Arabisch. 

Verderop is het grote plein. In het midden een fontein met veel rondhangende mannen. Alleen maar mannen. Hier moet je zijn voor een enkeltje Europa. Dat weet iedereen. 

„Wanneer je daar staat, word je binnen een paar minuten aangesproken. Het gaat heel openlijk.” 

 
Khaled, glad geschoren, keurig bloesje aan, glimlacht. Hij legt het graag uit. Een paar jaar terug was hij accountant in Damascus. Nu ritselt hij in Aksaray. In zijn huurappartement heeft hij 6 stapelbedden neergezet. Hij verhuurt ze per week. Aan jonge Syriërs. De meesten blijven niet lang. Allemaal willen ze naar Europa toe. Zo snel mogelijk. Khaled helpt ze graag op weg. Hij zwaait met zijn iPhone. Vol met nummers van smokkelaars. Hij weet wie te vertrouwen is, hij weet welke routes populair zijn.

Bulgarije zit dicht, klinkt het resoluut. De grenswachten daar schoppen iedereen terug. Griekenland is op het moment favoriet. De veiligste weg is via de grensrivier de Evros en daarna met de bus naar Athene en vandaar met het vliegtuig naar de rest van Europa. Kosten: 6.000 tot 7.000 euro. Of via Izmir en de Griekse eilanden. Goedkoper, maar gevaarlijker. Mensen met veel geld leggen 10.000 tot 15.000 euro neer voor een vals paspoort en vliegen naar Zweden. 

Of hij zelf aan zijn ‘reisinformatie’ verdient? Khaled ontkent. Het blijven toch stuk voor stuk leugenaars, maffia. „Er zijn smokkelaars bij die om de 3 dagen groepen van 10 tot 20 mensen de grens over helpen. Reken maar uit. Big business.”

Het geld gaat overigens niet meteen naar de smokkelaars. Iedereen die hier in Aksaray een deal sluit met een smokkelaar brengt het geld naar het kantoor van ene Ali. Daar krijgen ze een code. Pas wanneer de vluchtelingen de bestemming hebben bereikt, krijgt de smokkelaar de code waarmee hij het geld bij Ali kan oppikken. Khaled knikt. Een goed systeem, want er gaat wel eens iets mis. Er zitten oplichters bij die er met al het spaargeld van mensen vandoor gaan.

De binnenplaats waarboven Ali kantoor houdt

 
Het kantoor van Ali zit verderop. Op een mooie locatie in een monumentale ‘herberg’ richting de Grand Bazaar. Het contrast is groot. Beneden op de binnenplaats drinken toeristen een bakje Turkse koffie. Ze bladeren door hun reisgids. Boven in het kantoortje betalen Syriërs voor een enkeltje Europa. 

Overigens wil niet iedere Syriër in Turkije zo snel mogelijk weg. Mohammed Nizan Bitar, een ondernemer uit Damascus, begon 3 jaar geleden met niets. Nu heeft hij 3 restaurants en een bakkerij in Istanbul waar dagelijks duizenden Syrische broden worden gebakken. Zijn vrouw, vroeger ambtenaar bij het ministerie van Toerisme in Damascus, runt haar eigen reisbureau.

Hij heeft een bloedhekel aan de mensensmokkelaars. Ze verdienen aan de ellende van zijn landgenoten, vindt hij. In zijn restaurant hangt een bord met in het Arabisch de tekst: ‘De eigenaar is niet verantwoordelijk voor deals die hier worden gesloten’. 

Stapelbedden in het huis van Khaled. Een Syriër betaalt voor een huis in Istanbul 2 tot 3 keer meer dan een Turk. De kosten voor een slaapplaats voor een volledige maand zijn 350 tot 400 Turkse Lire of 125 tot 175 euro.
"De eigenaar is niet verantwoordelijk voor deals die hier gesloten worden."
De Syrische restauranteigenaar Mohammed Nizan Bitar heeft een hekel aan mensensmokkelaars. Ze verdienen aan de ellende van zijn landgenoten.

Bitar schudt zijn hoofd. Hij peinst er niet over om Turkije te verlaten. Als je hard werkt in Turkije, bereik je meer dan in Europa, weet Bitar. Syriërs die naar Europa willen zijn lui, gaat hij verder. Ze willen makkelijk geld verdienen, maar zo werkt de wereld niet. 

Hij heeft al veel jongens gewaarschuwd. Ga niet, is zijn advies. Kom hier werken of maak je studie in Turkije af. Leer de taal. 

Zelf neemt hij alleen Syriërs in dienst. Bitar wil zelf dicht bij zijn thuisland blijven. Zodra het weer rustig is, gaat hij terug. „Zij die naar Europa gaan, doen dat niet.”

 
De grijze jeep van de Koninklijke Marechaussee hobbelt over de smalle weg door het Bulgaarse platteland. De bewoners van Lesovo kijken niet op van de wagen met Nederlandse kentekenplaten. Bij het dorpscafé steekt de eigenaar zijn hand op. Dat doet ook Age Boorsma. In het dagelijks leven is hij groepscommandant bij de marechaussee in Harlingen. Dan controleert hij de schepen op de Noordzee. Nu rijdt de 45-jarige Boorsma samen met collega Erik van Essen (36) rond bij de Bulgaars-Turkse grens. 

Tot november was de Bulgaars-Turkse grens één van de 'grootste gaten' in Fort Europa

De twee blonde Nederlanders zijn een maandje ‘uitgeleend’ aan Frontex, de Europese grenspolitie. Ze ondersteunen hier in het grensgebied de Bulgaarse politie. Turkije ligt 3 kilometer verderop. Tot november vorig jaar was deze grens één van de ‘grootste gaten’ in Fort Europa. Syriërs kwamen hier massaal illegaal de grens over. Het land waar de afgelopen decennia jaarlijks 1.000 mensen asiel aanvroegen, zag dit aantal in 2013 oplopen tot 7.100. ,,In oktober kwamen er meer dan 100 per dag binnen’’, vertelt de Bulgaarse agent op de achterbank. Bulgarije, het armste land van de Europese Unie, greep in. Ruim 1.500 politieagenten werden gemobiliseerd en naar de lange grens gestuurd.

 
,,Daar staan nu om de 200 meter Bulgaarse agenten’’, zegt Boorsma. Net achter die grens rijden ook nog eens de Frontex-teams rond. De Nederlanders, die 12-uursdiensten draaien, surveilleren in een gebied van bijna 40 kilometer. Verderop rijden collega’s uit Roemenië, Polen, Finland en Portugal rond. Sommige teams gebruiken warmtecamera’s om in het donker vluchtelingen te traceren.

De jeep rijdt verder. Dichter naar de grens. Voor door oorlog uitgeputte Syriërs is Bulgarije een paradijs, het begin van een beter leven. Om de stap over de Turks-Bulgaarse grens te zetten, betalen ze mensensmokkelaars in Istanbul honderden euro’s.

"Hij is gewapend."

,,Hé, kijk eens, daar loopt iemand’’, klinkt het ineens. Over een karrenspoor in het veld wordt een man met een rugzak staande gehouden. Een Syriër? Nee. De man beweert uit Frankrijk te komen en laat zijn paspoort zien. De Nederlanders inspecteren het nauwkeurig. Waar hij heengaat, waar hij vandaan komt, wil ook de Bulgaarse agent weten. De Fransman vertelt dat hij via België met het vliegtuig naar Athene is gereisd en daarna de bus genomen heeft naar Sofia. Waar hij nu heen wil, is onduidelijk. Wat doet de Nederlandse politie trouwens op het Bulgaarse platteland, wil hij wel weten.

Intussen overlegt Van Essen met zijn collega’s in Nederland en geeft het paspoortnummer van de man door. ,,Ik sta hier in een veld in Bulgarije. Klasse 1 en 2. Hij staat internationaal gesignaleerd’’, klinkt het vanachter de wagen. ,,Hij is gewapend.’’

Age Boorsma en Erik van Essen op patrouille langs de Bulgaarse grens

 
De lange Boorsma gaat glimlachend wat dichterbij bij de Fransman staan. De Bulgaarse collega vraagt ondertussen om assistentie. ,,Mijn collega’s willen u op het bureau wat meer vragen stellen.’’ De man knikt en lacht wat nerveus. Een politiewagen komt over het veld aangereden. Van Essen vraagt aan de man of hij gewapend is. Hij knikt en haalt een flink mes tevoorschijn. Het zat in een holster aan zijn broekriem. Hij geeft het wapen aan de Bulgaren en stapt de politiewagen in.

Terug in de Nederlandse jeep. Van Essen vindt het maar een vreemd verhaal. De Fransman is in ieder geval geen toerist en je staat niet zomaar internationaal gesignaleerd. De Bulgaarse agent vertrouwt het evenmin. Misschien is hij toch via Turkije gekomen. Op zijn paspoortfoto had hij een lange baard. En hebben jullie zijn ringtone gehoord? Die was Arabisch.’’

Spannend zoals vandaag is het zeker niet elke dag, klinkt het in de jeep. De afgelopen 3 weken zijn ze slechts een keer Syriërs tegengekomen. Drie jonge mannen. Ze leken opgelucht toen ze hoorden dat ze in Bulgarije waren. Met wat water en fruit werden ze naar het detentiecentrum gebracht.

 

Hij zat 8 dagen op de boot met nog 200 Syriërs. Stond doodsangsten uit, maar het is hem gelukt. De 30-jarige Abedjoha is Fort Europa binnengekomen en woont nu in een dorpje in Nederland.

Er staat een bank, een tafel. Een paar rechte stoelen. In de slaapkamer een matras. Meer spullen heeft de 30-jarige Abedjoha nog niet. Hij loopt nog wat onwennig door zijn nieuwe woonkamer. Buiten is het rustig, heel rustig. Het zonnetje schijnt. Een man laat zijn hondje uit. Een vrouw met boodschappentas fietst voorbij. Een gewone Nederlandse woonwijk in een gewoon Nederlands dorp op een gewone dinsdag. Sinds een dag is dit het nieuwe huis van Abedjoha uit Syrië. Een thuis moet het nog worden.

Klik op de pijlen naast de foto om Abedjoha's route te volgen op de kaart

Het verschil met Jobar, de buitenwijk van Damascus, is bijna surrealistisch. De wijk is sinds eind april het toneel van zeer heftige gevechten tussen leger en opstandelingen. Luchtaanvallen zijn aan de orde van de dag. Een jaar geleden werden chemische wapens gebruikt. Tientallen bewoners hapten tevergeefs naar lucht. Abedjoha had geluk. Hij was een maand eerder vertrokken.

 
In de woning van zijn tante doet hij zijn verhaal. ‘Tante Samira’ noemt hij haar in gebroken Nederlands. Maar ze zijn eigenlijk niet eens familie, bekennen ze. Vrienden van vrienden. Een menselijke reddingsboei. Samira, al sinds 1980 in Nederland, heeft zich over de jonge Syriër ontfermd. Nu zorgt ze samen met haar schoonzus Widat voor de vertaling. Abedjoha spreekt nog alleen Arabisch.

In maart 2013 vluchtte hij naar Beiroet. Een levensgevaarlijke trip voor jonge mannen, met veel checkpoints. Van het leger, van rebellen. Die ongeschonden passeren is een loterij. In Libanon nam hij meteen het vliegtuig naar Egypte, naar zijn tante. 

5 maanden bleef hij in Caïro. Hij was er vooral op zoek naar een betrouwbare mensensmokkelaar die hem verder kon helpen. Dat was moeilijk. De meesten zijn grote leugenaars die rijk worden van andermans wanhoop. Abedjoha wist dat hij naar Europa wilde. Dat was zijn doel toen hij uit Jobar vertrok.

Zijn 2 broers waren al eerder gevlucht. Naar Libië waar eveneens chaos en corruptie heersen. Abedjoha kijkt triest. Door de oorlog is zijn familie op drift geraakt. Zijn ouders vertrokken naar Egypte. Alleen 2 zussen en hun gezinnen wonen nog in Jobar. Niet vrijwillig, ze zitten vast door de oorlog die woedt in en boven hun wijk. Ze hebben geen eten. Abedjoha is nerveus als het over zijn zussen gaat. Een schuldgevoel vreet aan hem. Hij zit hier, veilig in Nederland; zij staan elke dag weer doodsangsten uit in Syrië.

"Kinderen huilden,
er was niets te eten."

Zijn reis naar veiligheid was levensgevaarlijk. In september betaalde hij een mensensmokkelaar in Caïro het toen geldende tarief: 5.000 euro. In de nacht vertrokken ze. Naar Italië. De trip zou 2 dagen duren. Het werden er 8. 8 lange, slopende dagen.

Ze waren met meer dan 200 Syriërs. Families met kleine kinderen en veel jonge mannen zaten er in zijn groep. Een kleine boot wachtte. Eerst moesten ze een stuk waden om het vaartuig te bereiken. In dieper water stapte de hele groep over naar een groter schip. Kinderen huilden non-stop, er was niets te eten. Iedereen werd zeeziek. De boot was onverantwoord volgepakt met vluchtelingen. 

 
Een storm op de Middellandse Zee vergrootte de ellende aan boord. Abedjoha dacht niet dat hij het ooit zou kunnen navertellen. Hij was doodsbang.

Maar anders dan honderden andere bootvluchtelingen die een zeemansgraf kregen, had deze groep geluk. Een van de Syriërs aan boord alarmeerde met een satelliettelefoon het Rode Kruis in Italië. Toen alle hoop vervlogen leek, hoorde Abedjoha plots een helikopter boven het schip. Dat moment zal hij nooit meer vergeten.

"Ik weet dat ik heel veel geluk heb gehad. Veel Syriërs overleven de reis naar Europa niet."

Nooit eerder in zijn leven was hij zo blij en opgelucht. Met twee boten van het Rode Kruis werden ze naar de veilige wal gevaren. De naam van het Italiaanse eiland waar hij voor het eerst voet op Europese grond zette, zegt Abedjoha niet te weten.  

Abedjoha op de bank bij zijn 'tante' Samira. "Hij zag er zo slecht uit."

 
Een dag later vertrok hij met een vriend naar Milaan. De vriend had familie in Duitsland. Die hebben beide mannen in Rome opgepikt en naar Duitsland gebracht. Daar - in welke stad Abedjoha verbleef, weet hij niet - werd contact opgenomen met ‘Tante Samira’ in Nederland. Op 28 september 2013 stond hij bij haar voor deur. Hij zag er zo slecht uit, herinnert ze zich. Zo mager, zijn gezicht geel van de uitputting. “Het is zo’n goede jongen.’’ 

Abedjoha verstaat het niet, maar kijkt dankbaar naar haar. Ze is als een tweede moeder, zegt hij later. 

Abedjoha belandde in de opvangprocedure, ging naar het aanmeldcentrum in Ter Apel, bracht een paar maanden door in het AZC in Nijmegen en heeft nu een eigen woning.

Zijn leven in Nederland kan beginnen, al zitten zijn gedachten elke dag in Syrië. Ja, hij weet dat hij een uitzondering is en heel veel geluk heeft gehad. Veel Syriërs overleven de reis naar Europa niet. Hij had net zo goed kunnen zijn doodgeschoten op weg naar Libanon of ergens op zee kunnen verdrinken. Hij bleef gespaard en wil nu zo snel mogelijk Nederlands leren. Abedjoha hoopt dat hij zijn studie aan de Filmacademie mag afmaken. Ook hij heeft later wel een verhaal te vertellen.

 

Zittend op een kussen in een kamertje - roze verf bladdert van de muren - in hartje Istanbul doet de 24-jarige Gwan zijn verhaal. Hij deelt de krappe ruimte met 3 leeftijdgenoten. Jonge Syriërs die dromen van Europa.  Gwan wil zijn echte naam niet geven. Dat is riskant. Zijn familie is nog in Syrië. Hij klinkt vastberaden, kijkt verbeten. Hij gaat Europa bereiken. Hij weet dat het geen paradijs is, maar hier in Turkije blijven?  No way. Ze moeten de Syriërs hier al niet en de Koerden helemaal niet.

Met weemoed denkt hij terug aan de universiteit in Damascus. Aan zijn onbezorgde studentenleven. Toen de revolutie begon en de demonstraties steeds harder werden neergeslagen, vluchtte hij naar Koerdistan, naar Dirbêsiyê, dichtbij de Turkse grens waar zijn ouders wonen. Hij bleef er een maand, maar voelde de spanning oplopen. Hij was er rusteloos. ,,Vechten wilde ik niet. Ik kan niet tegen bloed. Dat merkte ik al in Damascus.’’

 
Hij vluchtte de grens over. Naar het Turkse Kiziltepe, werkte er 2 maanden in de bouw. Gwan had geld nodig om naar Europa te gaan. Veel geld. Na 2 maanden vertrok hij naar Izmir waar boten vol vluchtelingen vertrekken naar de Griekse eilanden, naar Europa!

7 maanden werkte hij in een textielfabriek tot hij genoeg geld bij elkaar had gespaard. In augustus was het zover. Hij betaalde de smokkelaar 1.500 euro. Een vertrekdatum kreeg hij niet. Morgen, beloofde de mensensmokkelaar steeds. Morgen. Morgen. Gwan weet nog goed dat hij op bed ‘De Alchemist’ van Paul Coelho lag te lezen, toen hij werd gebeld. Het verhaal van de jonge schaapherder die een schat gaat zoeken en zijn eigen legende probeert te vinden, was wel toepasselijk.

Klik op de pijlen naast de foto om Gwans route te volgen op de kaart

In de verte lag een eiland. De jonge student is ervan overtuigd dat de Griekse militairen daar de groep allang hadden gespot. Pas na uren stuurde de kustwacht een boot en pikte de vluchtelingen op.

 
De opluchting was van korte duur. De Grieken namen mobiele telefoons, paspoorten en geld van de vluchtelingen in beslag. Ze werden naar Farmakonisi, een militair eiland, overgebracht. Zonder identiteitspapieren werd Gwan in de gevangenis gestopt. Zonder eten ook, hij kreeg alleen wat biscuits die over de datum waren. Uit 2012, herinnert hij zich nog. Zijn lip bloedde. Gwan was hard in zijn gezicht geslagen. 

2 dagen later werd de groep weer in hun boot gedreven en door de Griekse kustwacht naar Turkse wateren gesleept. Hun paspoorten, geld en mobieltjes zagen ze niet meer terug. De Turkse kustwacht pikte hen op. 

Izmir zit vol met dit soort verhalen, weet Gwan inmiddels. Het onrecht, de machteloosheid, het maakt hem boos. Vluchtelingen hebben geen rechten. Waar moet hij zijn beklag doen? Wie gaat hem geloven dat de Griekse kustwacht hem bestal? Hij probeert wat poëzie: ,,We zijn als dorstige gazelles, we moeten drinken maar in de rivier zitten krokodillen.’’

Terug dus naar de textielfabriek in Izmir. Daarna naar Istanbul. Om meer geld te verdienen. Gwan gaat het opnieuw proberen. Hij kan zijn droom niet opgeven. Naar Bulgarije wil hij niet. Daar worden Syriërs als vuilnis behandeld. Dat heeft hij al gehoord. Gaat hij weer naar Griekenland, waar hij zo slecht werd behandeld? Misschien.

3 dagen later is Gwan vertrokken. Met een vals paspoort is hij in het vliegtuig gestapt. Naar Parijs.

 

Hij droomde van een masterstudie Religieuze Studies in Engeland. Maar de opstand in Syrië gaf zijn leven een heel andere wending. Mohammed Nur hoeft niet meer naar Europa. Hij wil zijn toekomst thuis bevechten. Zijn land, zijn volk hebben hem nu nodig, zegt hij.

3 maanden leeft Mohammed nu in Gaziantep, de grootste Turkse stad aan de Syrische grens. Klein Aleppo wordt het hier genoemd. Dat is niet gek, want meer dan 160.000 Syriërs zijn hier de afgelopen drie jaar samengestroomd. Los nog van de 30.000 vluchtelingen in de kampen elders in de gelijknamige provincie Gaziantep. 1 op de 10 bewoners is Syriër. Gaziantep kan het nauwelijks verwerken. De problemen op gebieden als veiligheid, volksgezondheid en onderwijs stapelen zich op, om nog maar te zwijgen van een totaal ontregelde economie met tienduizenden extra werklozen. Het leven is erg moeilijk voor arriverende Syriërs. Werk is er al lang niet meer, de huren zijn crimineel hoog. Ook veel Turken zien de Syriërs liever gaan dan komen.

De vluchtelingenkampen zitten vol, maar de vluchtelingen stromen Turkije nog steeds binnen. In Gaziantep kraken gezinnen woningen om te kunnen overleven. Foto: Yoram van de Velde
In het vervallen pand zitten een drietal gezinnen met in totaal 20 personen. Er is geen deur en het dak lekt. Foto: Yoram van de Velde
Twee dagen na de bevalling voedt de moeder haar baby met water omdat ze geen andere keuze heeft. Haar melkproductie is vanwege ondervoeding niet op gang gekomen. Foto: Yoram van de Velde
De eigenaar van het pand wil dat de gezinnen vertrekken. Omdat ze geen idee hebben waar ze anders heen moeten blijven ze, zelfs nu de eigenaar heeft gedreigd met een knokploeg langs te komen. Foto: Yoram van de Velde

Mohammed (30) doet zijn verhaal in een Syrisch restaurantje in het hart van Gaziantep. Hij vertelt hoe hij in februari 2014 met tranen in zijn ogen de grens overstak. Zeer tegen zijn zin verliet hij zijn land en zijn medestrijders. Gedwongen door zijn moeder en zijn vrouw, bekent hij. Ze wilden niet dat hij nog bleef vechten. Te veel mensen die ze kenden, waren al gesneuveld.

Mohammed laat een foto zien op zijn mobieltje. Het lijk van zijn 25-jarige broer. Drie maanden geleden werd hij door een sluipschutter neergeschoten. Net als Mohammed vocht hij met de rebellen van het Vrije Syrische leger. Zijn broer was net een paar weken thuis geweest en pas twee dagen terug aan het front, toen hij werd geraakt door de fatale kogel. Met veel moeite wisten familieleden het lichaam naar het geboortedorp te halen, zodat hij daar begraven kon worden, vertelt Mohammed zonder al te veel emotie.  

De oorlog heeft ook hem geraakt tot in het diepste van zijn ziel, zoals bij iedere Syriër sinds de gevechten 3 jaar geleden losbarstten.

Voor de revolutie begon, stond Mohammed dagelijks voor de klas in Damascus. Hij gaf les op een middelbare school en was ondertussen bezig met zijn master Religieuze Studies. Nee, hij is niet zwaar gelovig, maar wel geïnteresseerd in religies. Hij was van plan zijn godsdienstenstudie in Groot-Brittannië voort te zetten, droomde van een academische carrière.

Het klinkt onwerkelijk als hij erover vertelt. Het lijkt allemaal zo lang geleden. Onhaalbaar nu. Voordat hij in het buitenland zou mogen studeren, moest hij in Syrië eerst zijn dienstplicht vervullen.

4 maanden voordat de revolutie uitbrak, werd hij soldaat. Hij zat in een trainingskamp bij Aleppo toen de eerste demonstraties tegen het regime van president Assad begonnen. “Ik was blij. Heb altijd een hekel aan hem gehad.’’ 

Samen met andere jonge militairen volgde hij stiekem de voortgang van de revolutie. Mohammed had geluk. Hij werd naar de Libanese grens gestuurd. Niet om te vechten, maar om het zoontje van een generaal Engelse les te geven. Op verlof in Damascus zag hij hoe de revolutie groeide. Samen met een andere legerkameraad besloot hij te deserteren. Ze sloten zich aan bij de rebellen van het Vrije Syrische Leger, in Aleppo. Niet veel later stond de leraar die een generaalszoontje moest onderwijzen met een Kalasjnikov in de vuurlinie tegenover de soldaten van het regime.

Klik op de pijlen rechts van de foto om Mohammeds route te volgen op de kaart

,,Ik heb een hekel aan wapens. Ik houd niet van schieten”, zegt hij. De eerste keer stond hij te trillen van de adrenaline. Maar de zenuwen en angst verdwenen snel. Mohammed schiet secuur, verspilt niet veel kogels.

Hij toont het fotoalbum op zijn mobieltje. Daar staat hij als strijder voor het Vrije Syrische leger. Met baard en geweer. Hij is bijna niet te herkennen als de man die hier nu zit.

Er was een dagenlang vuurgevecht met de troepen van Assad. Oorlog in al zijn gekte. Mohammed vertelt over de jonge jongens die hij voor zijn ogen zag sterven. Een vriend ging zich wassen in een rivier toen een granaat insloeg. Hij werd doormidden gespleten. Dat afgrijselijke beeld zal hij nooit meer uit zijn hoofd krijgen. 

"Ik voel me schuldig. 
Ik doe hier niets
en laat mijn mensen in de steek."

Mohammed telt de uren in Turkije. Hij houdt het niet langer meer uit, voelt zich schuldig tegenover zijn kameraden die doorvechten en vaak met de rug tegen de muur staan tegenover het weer oprukkende Syrische leger. “Ik doe hier niets en laat mijn mensen in de steek.’’

 
Over 2 dagen gaat hij terug. Terug naar zijn familie in Syrië, naar zijn vrouw die een kind van hem verwacht. ,,Ik denk dat ik toch weer moet gaan vechten. Het land heeft me nu nodig. Pas nog heeft het leger een heel dorp uitgemoord. De mensen werden levend in een put gegooid. Het is niet alleen het leger, maar ook die radicaal islamitische groepen zoals Isis. Zij maken het nog erger. Zij hakken hoofden af en spietsen die op palen langs de kant van de weg.’’ Hij zwijgt even en zucht. Het is heel donker in zijn land.

Zijn droom over Europa? Die is vervlogen. Mohammed droomt van een vreedzame toekomst in Syrië waar hij ​dan weer kan lesgeven. Aan middelbare scholieren, aan kinderen in Damascus. Hoe lang dat gaat duren? Hij durft het niet te zeggen. 5 jaar? 30 jaar?

 

De zon brandt fel, het stof waait rond. Het is stil in het dorp, 30 kilometer van de Jordaanse hoofdstad Amman. De hitte en de ramadan houdt mensen binnen. Veel is er sowieso niet te doen in dit zanderige dorp. De 42-jarige Mohammed komt naar buiten. “Goedemorgen”. 

Hij heeft er hoorbaar op geoefend. Het is voor het eerst dat hij zijn Nederlandse lessen van de afgelopen maanden in praktijk kan brengen. 

De woonkamer is leeg. Tapijt op de grond, kussen tegen de muren. Zijn dochtertje Rawaa (6) steekt haar hand uit. “Goedemorgen”, zegt  ze.  Zijn jongste zoon Majed van 2 jaar komt geeuwend binnen. 

Mohammed vertelt. Over zijn leven in Syrië, in Dara. 13 jaar lang werkte hij als ambulancechauffeur. De revolutie maakte zijn werk gevaarlijk. Dagelijks moest hij wegduiken voor de kogels die van alle kanten kwamen. Letterlijk. Soldaten van het leger van president Assad schoten op de hulpverleners wanneer die een gewonde burger probeerden te helpen. Rebellen openden het vuur wanneer ze een soldaat de ambulance in droegen. Op een dag werd de ambulance zelf doorzeefd. 3 collega's kwamen om het leven. Mohammed besloot te vluchten. Naar Jordanië.

,,Mijn oudste wilde naar de wc, maar ik kon alleen maar zeggen: 'Bukken'.''

Zijn kinderen waren bang. Elke dag bommen, vliegtuigen boven het huis. Samen met zijn vrouw, 3 zonen (van 12, 9 en 2 jaar) en dochter kwam hij in 2012 naar Amman toe. Het leven in de hoofdstad is duur. Werk is er nauwelijks, steun van de overheid ontbreekt. En toen kwam hét telefoontje. Het telefoontje dat alles veranderde. De familie is welkom in Nederland. ,,Een geschenk van God''.

Een drukke periode volgde. Gesprekken met het vluchtelingenbureau van de VN, de UNHCR, medische onderzoeken en een inburgeringscursus. Hij laat zijn huiswerk zien. ‘Hoe gaat het?’ staat er op de eerste pagina. ‘Mooi weer vandaag’, staat iets verderop. 

De familie gaat in Barneveld wonen. Uit een tas met het logo van de Gelderse plaats haalt hij een gemeentegids, folders van de Praxis, Gamma en C1000 tevoorschijn. Een envelop van de Postcodeloterij en een foto van zijn nieuwe woning. Hij weet zijn woning al te vinden op de plattegrond. Hij wrijft over de haren van zijn dochter. In september gaat ze daar naar school. Fietsen hoeft ze niet meer te leren. 14 juli is het zover. Dan vliegen ze naar Amsterdam.   

Nadat zijn ambulance met kogels werd doorzeefd en 3 collega's gedood werden, vluchtte Mohammed met zijn gezin naar Jordanië.
De familie is welkom in Barneveld.
Trots laat Mohammed zien waar het gezin gaat wonen.
Rawaa (6) steekt haar hand uit: "Goedemorgen."

40 kilometer verderop, in een drukke wijk in Amman ligt ook een foto van een Nederlandse woning op tafel. Een rijtjeshuis in het Brabantse Oosterhout. De 42-jarige Mohammed glimlacht trots. Daar gaan hij, zijn vrouw en 4 kinderen - Omar (14), Mais (5), Yasmin (7) en Melek (1) wonen. Mohammed, een schooldirecteur in een dorp bij Dara, is Nederland dankbaar. Hij wil dat Nederlanders weten dat Syriërs nette mensen zijn. Hij heeft nog nooit een wapen aangeraakt.

Mohammed werd in 2011 bij het begin van de revolutie tegen het bewind van president Assad opgepakt. Bij een vreedzaam protest in Dara. Onverwacht greep het leger keihard in en 20 mensen kwamen om het leven. 4 maanden zat hij vast. Een ware hel. Hij ontbloot zijn rug. Met ‘vuurwater’ schreven soldaten '2011' op zijn rug. De Arabische letters zijn goed te lezen. Maandenlang is hij gemarteld. 2 keer per dag kon hij naar het toilet, een douche ontbrak. 10 mensen hielden hem vast en sloegen hem. Elektroshocks en nog veel meer verschrikkingen moest hij ondergaan. 

Dagelijks dumpten soldaten lichamen op het plein in Dara.

Mohammed wilde dood. Zijn getekende lichaam herinnert  hem nog elke dag aan de martelingen. September 2011 werd hij ineens vrijgelaten. Hij woog nog maar 35 kilo. Zijn vrouw stond die periode doodsangsten uit. Dagelijks dumpten soldaten lichamen op het plein in Dara. Doodgemartelde gevangenen. Op te halen door nabestaanden. Elke keer was zijn vrouw bang Mohammed daar aan te treffen. Maar haar man kwam thuis. Gebroken, maar levend.

2 maanden later besloot Mohammed naar Jordanië te vluchten. Illegaal stak hij de grens over. Een maand later volgden zijn vrouw en kinderen. Zijn nachtmerries achtervolgen hem nog steeds. Hij droomt tegelijk van dat nieuwe leven in Nederland, in Oosterhout. Misschien kan hij een nieuw vak leren. Elektricien? Zijn oudste zoon wil voetballer worden. Kijkt samen met zijn vader naar elke wedstrijd van het Nederlands team op het WK. Hij pakt zijn mobieltje en laat een foto van Willem-Alexander en Máxima in het oranje zien.

De littekens van het 'vuurwater' waarmee Assads soldaten "2011" in het Arabisch schreven op Mohammeds rug: het jaar dat hij niet mocht vergeten.
Mohammeds dochter bevat niet wat haar vader vertelt. Zodra hij de littekens laat zien draait hij zich van haar af. Direct daarna komt ze weer op schoot.
De martelingen hebben hun sporen nagelaten. Met moeite loopt Mohammed met zijn dochter naar huis.
Mohammed en zijn gezin krijgen een woning in Oosterhout.
Schooldirecteur Mohammed denkt erover om een nieuw vak te leren. Misschien elektricien.

Aan de andere kant van Amman woont Hyam. 4 jaar is ze. Zwarte haren, grote ogen. Ze is de dochter van Ahlam (28) en Bassam (32). Een eigen woning hebben ze niet. Ze wonen nu bij familie. De huren zijn te hoog en inkomen is er niet.

Ook zij komen in Oosterhout te wonen. Haar moeder hoopt dat het dan beter met haar dochter gaat. Het meisje heeft nog steeds last van paniekaanvallen. De explosies, de schoten. Het was voor het gezin de reden om uit Syrië weg te vluchten. Op advies van de dokter. Keer op keer had ze zuurstof nodig. Nog steeds gaat ze bij harde geluiden in een hoekje zitten en komt in ademnood.

Hyam (4) heeft nog steeds last van paniekaanvallen.
Haar ouders hopen dat Hyam zich in Nederland beter gaat voelen, en dat ze opgroeit als een normaal kind.

Moeder Ahlam, onderwijzers Engels in Syrië, hoopt dat het leven in Nederland haar beter zal maken. Dat ze als een normaal kind opgroeit. Haar dochter heeft al genoeg ellende gezien. Hyam gaat straks naar de basisschool in Oosterhout. Ahlam hoopt dat ze snel zal wennen. Haar dochtertje is erg teruggetrokken, speelt het liefst alleen.

Elke dag oefent het gezin de Nederlandse woordjes. De uitspraak van de Nederlandse ‘u’ is moeilijk. “Hoe gaat het met u?, Heeft u kinderen?”, oefent Ahlam trots. Haar Engels zal haar helpen. De grammatica lijkt op het Nederlands. Ze hoopt ooit weer voor de klas te kunnen staan.  

 

Het is tot op de dag van vandaag het ernstigste ongeval tussen Turkije en Griekenland. Op zes september 2012 kwamen 61 vluchtelingen - voornamelijk Syriërs - om het leven op weg naar Europa.  De 42-jarige Alan Ramadan raakte alles kwijt.

“We stappen zo op de boot. Allah zij met Ons.” Zo luidt het laatste smsje dat Alan Ramadan in Damascus van zijn vrouw Lemis uit Turkije krijgt. Samen met zoon Ahmed (12) en dochter Raneem (10) gaat ze op weg. Op weg naar Europa. Op weg naar een normaal leven.

Alan Ramadan met links dochter Raneem en rechts zijn vrouw Lemis en zoon Ahmed.

Het is een droom die alle migranten op weg naar Europa delen. “Ze zouden vanaf Izmir naar Frankrijk varen en daarna naar Zweden doorgaan”, vertelt Alan. Dat had de Syrisch-Koerdisch smokkelaar in Istanbul allemaal beloofd. Kosten: 15.000 euro. Een hoop geld; de familie moest het huis in Damascus ervoor verkopen. Een deel van het geld kreeg de smokkelaar voor vertrek uit Turkije, de rest zou later bij aankomst in Stockholm volgen.

Net na het sms’je van zijn vrouw krijgt Alan een telefoontje, uit Turkije. Een man waarschuwt hem. Zijn vrouw en kinderen moeten beslist niet op de boot stappen. De smokkelaar is een oplichter, de boot is stuk. Alan belt onmiddellijk zijn vrouw, maar zonder succes. De lijn is dood. Zijn paniek groeit. Dit gaat niet goed. Hij belt de smokkelaar. “Hou het geld, maar neem mijn vrouw en kinderen niet mee”, smeekt hij. Maar Alan is te laat. De boot is al vertrokken.

“Hou het geld, maar neem mijn vrouw en kinderen niet mee”, smeekt hij. 

Alan buigt zijn hoofd. De herinnering aan 6 september 2012 doet pijn. De volgende ochtend ziet hij op tv een breaking news-flits. Een boot vol met Syrische vluchtelingen is in de Egeïsche Zee gezonken. 61 doden.

Even later gaat de telefoon. Alans angst wordt bewaarheid. Zijn vrouw en kinderen zaten aan boord. Alan stort in en wordt naar het ziekenhuis gebracht. 

De kisten met de lichamen van Lemis, Ahmed en Raneem.

Zijn jongere broer is in Turkije en gaat meteen naar Izmir toe. Daar moet hij tussen alle lichamen zijn schoonzus, neef en nicht identificeren. Hij herkent ze meteen. Zijn schoonzus heeft haar dochter nog in haar armen. Zijn neef is ernstig gewond geraakt aan zijn hoofd. Hij belt gebroken naar zijn broer in Damascus.

Pas op 14 september, 8 dagen na het ongeluk, komen de lichamen van de verdronken vluchtelingen aan in het Koerdische dorp in Syrië. Er zijn bij het ongeval veel dorpsgenoten gestorven.

 

Alan laat op zijn mobieltje een filmpje zien van de begrafenis. Een wachtende mensenmassa, een lange tocht. Mensen dragen portretten van de overledenen met zich mee. Ook de foto’s van Ahmed en Raneem komen voorbij.

Alan wrijft door zijn gezicht. Hij doet zijn verhaal in Gavle, in Zweden. Hij is een gebroken man. Europa heeft hem niets gebracht, zegt hij. “Ik ben alles kwijt. Elke dag stappen weer nieuwe mensen op deze boten en gaan dood voor niets.”

Het kerkhof in Syrië waar Lemis, Ahmed en Raneem begraven liggen.

Hij vertelt over zijn vroegere leven in Syrië. Over zijn werk als buschauffeur voor een school. Over zijn zoon die zo goed kon voorlezen en op televisie zelfs een keer een voordracht heeft gehouden. Over zijn lieve dochter. Hoe hij haar stem nog steeds kan horen. Hoe gelukkig ze waren.

Maar met de revolutie veranderde het leven in Damascus snel. Overal protesten, het leger dat steeds harder ingreep, de doden. Alan was betrokken bij het ‘verzet’. Hij verborg activisten in de leegstaande villa van de rector. Met gevaar voor eigen leven smokkelde hij met zijn schoolbus mensen dwars door Damascus. Zijn vrouw zorgde voor het eten. Maar de situatie werd steeds gevaarlijker. Zijn vrouw kon er niet meer tegen en wilde weg. Weg met de kinderen. Alan wilde niet mee. Hij hoopte dat de situatie in Damascus snel zou verbeteren. Hij was de hoop nog niet verloren. “Mijn vrouw wel. Ik hoopte nog dat ze snel weer terug zouden kunnen keren naar huis.”

Eenmaal in Istanbul begon zijn vrouw steeds vaker te praten over een tocht naar Europa. Ze droomde over een toekomst voor de kinderen. In september was het dan zover. Zijn gezin ging met de bus van Istanbul naar Izmir en stapte voor de eerste keer op de boot. De smokkelaar had een ‘toeristenboot’ beloofd met slechts 35 passagiers. Maar niets was minder waar. De oude boot zat afgeladen vol.

Op het filmpje dat Alan van de schommelende boottrip laat zien, gemaakt door iemand met zijn mobieltje en op YouTube geplaatst, zijn zijn vrouw en kinderen goed te zien. “Ze waren zo bang.” Maar de boot werd al na een paar uur ontdekt door de Griekse kustwacht. “Ze waren niet eens op weg naar Griekenland, maar de Grieken hebben de boot ‘teruggeduwd’ naar Turkije.” Alan kreeg meteen een telefoontje van zijn vrouw. “Ze was vastberaden, ze zou het snel weer proberen.”

 

Hoe gaat het nu met anesthesist Malek, oud-rebel Mohammed Nur en scenarist Abedjoha?

Malek

Malek lacht minder. De anesthesist uit Deir-es-Zur is veranderd. Bijna een jaar geleden vertelde hij in de Turkse grensplaats Edirne over zijn pogingen Europa te bereiken: zijn schouder nog blauw van de klappen van de Bulgaarse grenswachten. Hij vertelde over zijn vertrek uit het ziekenhuis in Syrië waar hij te veel mensen zag sterven. Over zijn vrouw die hij zolang al niet had gezien. 

Ondanks alle ellende was het lachen hem niet vergaan. De dokter hield moed. Het zou goed komen. Nu, tien maanden, later is Malek nog steeds in Turkije en weet hij het niet meer. Zijn vrouw is nu in Duitsland. Ze is, zoals zoveel Syrische vluchtelingen via Bulgarije naar Duitsland gereisd. Dat was nog vóór de verscherpte grenscontroles. Hij was zo blij toen ze haar verblijfsvergunning kreeg. Vol goede moed meldde hij zich bij het Duitse consulaat in Istanbul. De teleurstelling was groot. Alleen met originele huwelijkspapieren kan zijn herenigingaanvraag door Duitsland in behandeling worden genomen. Anders niet. Malek begrijpt het niet. Die papieren zijn in Syrië. In Deir es-Zur, de stad die in april in handen viel van Islamitische Staat. Het huis ligt in puin. ,,Het is simpelweg onmogelijk om die papieren te halen.’’ Elke dag werkt Malek nu in een textielfabriek. Hij strijkt. Voor nog geen 300 euro per maand. Zes dagen per week, tien uur per dag. ,,Genoeg tijd om na te denken.’’

Abedjoha

Bijna 3.000 kilometers verderop in Nederland. In Twello probeert Abedjoha uit Damascus zijn bestaan op het bouwen. Hij is Nederland dankbaar. Hij heeft het naar zijn zin in het Gelderse dorp.

Hij denkt nog vaak terug aan die verschrikkelijke boottocht vanuit Egypte naar Italië. Op een schip volgeladen met Syrische vluchtelingen. Niet eerder was hij zo bang. Maar hij heeft het gered en hij stort zich nu op de Nederlandse taal. Makkelijk is het niet. Het Nederlands en Arabisch hebben maar weinig gemeen Twee dagen per week gaat hij naar Deventer voor de taalles. Ooit hoopt scenario’s te kunnen schrijven, films te maken. Dat was zijn droom voor de oorlog.

"Abedjoha voelt zich schuldig en machteloos."

In Damascus was hij altijd met van alles tegelijk bezig. Hier in Nederland piekert Abedjoha veel. Hij maakt zich grote zorgen over zijn 2 zussen en hun families. Zij zijn nog steeds in Syrië. ,,Hij voelt zich schuldig en machteloos. Hij kan niets voor hen doen. Zijn ouders zijn gelukkig veilig in Egypte’’, vertaalt  zijn tante Samira. Officieel is ze geen familie maar de Syrische Samira heeft zich sinds zijn aankomst in Nederland over Abedjoha ontfermd. ,,Hij heeft het niet makkelijk. Zonder werk is er te veel tijd om te piekeren.’’     

Mohammed Nur met zijn vrouw en dochtertje Sara.

Mohammed Nur

Tijd. Voor Mohammed Nur lijkt het allemaal zolang geleden. De tijd voor de oorlog, toen hij in Damascus voor de klas stond. De tijd dat hij bij het Vrije Syrische Leger vocht en dagelijks met een geweer rondliep. Nog geen jaar geleden. Toen zijn broer door jihadisten werd doodgeschoten werd hij door zijn moeder en vrouw gedwongen te stoppen met de strijd. Het was moeilijk. Alsof hij zijn land en zijn kameraden in de steek liet. 

Nu probeert hij een nieuw leven op te bouwen in Turkije. In Gaziantep, niet ver van de Syrische grens. Het gaat allesbehalve makkelijk. Hij heeft lange tijd naar een baan en woonruimte gezocht. De tijdsdruk was groot. Zijn zwangere vrouw wilde naar Turkije komen. Hij moest wat vinden. ,,Ik ben Turkije dankbaar, maar er zijn veel Turken die ons als tweederangsmensen behandelen.’’ Hij had mazzel. Hij vond een baan als conciërge in een appartementencomplex van een Syrische ondernemer. Met kost en inwoning. In augustus werd zijn dochtertje Sara geboren. ,,De mooiste gebeurtenis van dit jaar. We zijn zo blij met haar.’’  

Dromen over Syrië durft hij niet meer. ,,Ik wil alleen maar vrede. Dat is alles wat ik wens. Dan kan ik weer lesgeven en studeren en dan kan Sara opgroeien in een Syrië zonder oorlog.’’

 

Fort Europa is een productie van De Persdienst (Wegener Media B.V.).
 

Tekst en research: Jessica Maas
Coördinatie en internet: Peter Schong
Grafisch ontwerp: Jos Diender, Mark Reijntjens, Ruud Willems
Buitenlandredactie: Bob van Huët
Fotografie: Yoram van de Velde (Turkije, Jordanië, Nederland),
Georgi Kozhuharov (Bulgarije), Hollandse Hoogte, Thinkstock
Video: Agata Skowronek, Jessica Maas, Rafik Koushna, Daniela Campo
Eindredactie: Marcha van Schijndel, Wilko Voordouw

© Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt via internet, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Wegener Media B.V.